De ontwerpers van de astronomische Klok

Michel Ghiesbreght, op dat moment professor aan de Brusselse Academie voor Wiskunde, kocht eind 1781 via openbare verkoop de resten van een onafgewerkte astronomische klok(1). De machine maakte deel uit van de nalatenschap van Jean Paulus, sj, machinist van de Hertog Karel van Lotharingen. Jean Paulus werd geboren in oktober 1710 in een familie van ambachtslieden in Vergaville, een dorpje in Lotharingen vlakbij Dieuze, voorheen Meurthe(2). Als jezuïetenbroeder aan het Jezuïetencollege in Metz werd hij van eenvoudige timmerman al snel een van de beroemdste horlogemakers en machinisten van zijn tijd.

In 1762, kort voor hij Lotharingen verlaat voor Brussel, ontwerpt hij voor de studenten Natuurkunde van de Jezuïetenuniversiteit van Pont-à-Mousson(3) een astronomische klok die veel sensatie veroorzaakt.

In 1765 ontwierp hij voor Karel van Lotharingen een andere planetaire machine, die de gouverneur van de Oostenrijkse Nederlanden in zijn beroemde kabinet installeerde(4). Het toestel bestond uit tien wijzerplaten die op een verticaal vlak waren gemonteerd en twee beweegbare globes, één die de aarde vertegenwoordigde, de andere de hemel.

In 1771 begon Jean Paulus met het maken van een derde astronomische klok. Hij werkte er zes jaar lang aan, voordat hij wegens problemen met zijn zicht gedwongen werd om het op te geven. De klok werd vier jaar lang verwaarloosd, systemen raakten ontregeld en raderwerk ging verloren.

De hertog Karel van Lotharingen en Bar bleef recht doen aan het talent van Jean Paulus en kende hem tot aan zijn overlijden op 9 september 1781 een pensioen toe van zeshonderd florijnen. Het lichaam van Jean Paulus werd begraven op de begraafplaats van de Kapellekerk in Brussel. Veertig jaar eerder, op 7 april 1741, werd in diezelfde Kapellekerk Michel Ghiesbreght geboren, de man die eind 1781 de onafgewerkte machine kocht.

Michel Ghiesbreght werd in de ochtend van 7 april 1741 in Brussel geboren als zoon van JeanBaptiste Ghiesbreght en Thérèse Jonas. Zoals toen gebruikelijk was, kreeg hij de naam van zijn peetvader, Michel Jonas (oom langs moeders kant?), en had hij als peetmoeder Catherine Dondoy.(5)

Hij stierf op 9 juni 1827 (rond 4 uur 's middags) in Sint-Jans-Molenbeek (Brussel) op de leeftijd van 86 jaar, 2 maanden en 2 dagen, zoals blijkt uit zijn overlijdensakte. Hij was weduwnaar uit een eerste huwelijk met Catherine De Smedt en echtgenoot in een tweede huwelijk met Marie-Catherine Schauteneer.(6)

Deze Brusselaar beleefde een verbazingwekkende periode tussen 1741 en 1827, een periode van intense Europese en pre-Belgische veranderingen: Oostenrijks regime, Brabantse revolutie, Franse revolutie en Frans regime, Waterloo, Nederlands regime. De onafhankelijkheid van België zal 3 jaar na zijn overlijden plaatsvinden.

Over de eerste vijftig jaar van het leven van Michel Ghiesbreght is in 2012 weinig bekend. Hij doorliep een carrière zoals het in die tijd hoorde: soms burgerlijk, soms militair, soms academisch, soms administratief...:

Onder de Oostenrijkse Habsburgers (1740-1790) was hij vermoedelijk professor wiskunde aan het Theresiacollege in Brussel.(7) Het is uit deze periode dat "zijn" astronomische klok (1781) dateert.(8)
Michel Ghiesbreght liet op 40-jarige leeftijd, zo blijkt uit een manuscript dat in 2010 werd "herontdekt" door Marguerite Silvestre(9), “geen inspanning onbenut om de klok opnieuw in orde te krijgen.” Dat ging gepaard met een jaar lang intensief werk. "Zijn werk was niet zonder succes, want hij kreeg erkenning van wetenschappers, die hem met een bezoek eerden”. Dit wordt bevestigd door het Uittreksel uit het Protocol van de Keizerlijke en Koninklijke Academie van Wetenschappen en Schone Letteren van Brussel - Zitting van 24 januari 1783".(1O)
Onder de Brabantse Revolutie (1789-1790) wordt Michel Ghiesbreght, directeur van de Brusselse Academie voor Wiskunde, officier in dienst van de Verenigde Belgische Staten. Hij ontsnapt niet aan de hoogtes en laagtes van dit tijdperk van politieke en dynamische, om niet te zeggen brutale, ontwikkelingen. Dat blijkt uit interessante biografische informatie in de archieven van de Verenigde Belgische Staten.(11)
In dienst van de jonge Franse Republiek helpt hij als bataljonschef bij de verdediging van de verdedigingswerken in het departement Nord.(12)
Op commando in Waelhem, nabij Mechelen(13), maakt hij maakt gebruik van zijn vrije tijd om er diverse wetenschappelijke werkzaamheden uit te voeren.(14)
In december 1794 bereikt hij de leeftijdsgrens (hij was toen 53 jaar oud) en verlaat hij het leger van de Republiek met de rang van luitenant-kolonel.
Gepensioneerd uit het leger verlaat Michel Ghiesbreght Waelhem en vestigt zich in een klein huisje(15) in Brussel op de hoek van de Kaasmarkt en het Vuylstraatje.(16)
Aangezien de Academie voor Wiskunde werd geïntegreerd in de Centrale School van Brussel, zette Ghiesbreght al vlug zijn cursussen daar voort.
Zijn huis was ondertussen wellicht te klein geworden om zowel studenten aan huis als de astronomische klok te huisvesten, gezien de indrukwekkende afmetingen (2,80 m lengte; 0,80 m breedte en 2,10 m hoogte) en daarom verzocht de geleerde de Magistraat van de Stad om toestemming om de Klok - als didactisch instrument - te plaatsen in de ruimte van de “Academie voor Wiskunde" in het Stadhuis van Brussel (waar hij les gaf). Deze toestemming werd onmiddellijk verleend en de klok krijgt op 2 maart 1796 een plaats in deze ruimte.(17)
Ze zou er maar één jaar blijven, want in 1797 werd ze verhuisd naar de ruimtes van de “Centrale school van het Dijledepartement”, die dat jaar werd opgericht door de Franse Republiek.
Deze "Centrale School" bevond zich op de Place de l’Egalité (tegenwoordig Museumplein). Michel Ghiesbreght woonde op dat moment in de buurt van zijn klok op de Place de l’Egalité.(18)
Het is ook daar dat Ghiesbreght - op verzoek van de regering - "Conversie- of reductietabellen van vroegere gewichten en maten" publiceert die op verschillende plaatsen in België 2012 in gebruik zijn.(19)
Vanaf 1799 wordt Ghiesbreght mede-eigenaar van de "Afdeling Wiskunde, Hydrostatiek en Navigatie" van de "Société libre des Sciences et des Arts, d’Agriculture et de Commerce” (Vrije Samenleving van Wetenschappen en Kunsten, Landbouw en Handel), opgericht in Brussel door de Centrale Administratie van het Dijledepartement, die toen verantwoordelijk was voor de stad. Het is - in 2012 - niet geweten wanneer precies Ghiesbreght zijn officiële activiteiten stopzette.(20) In 1803 vervangt het Lyceum – onder het Consulaat - de Centrale School. Het lijkt erop dat Ghiesbreght zich, kort nadat hij zijn onderwijsactiviteiten heeft gestaakt, heeft teruggetrokken in Sint-Jans-Molenbeek, niet ver van de Vlaamse Poort.

Onder het Franse regime was hij ook landmeter en hoof van het Dijledepartement. Tussen 1803 en 1807 tekende hij in die hoedanigheid drieënzestig kadastrale kaarten van Brabantse gemeenten. Hij was eveneens ontvanger van Laken, Jette en Ganshoren.(21)

--------------------

De klok na haar scheppers

Michel Ghiesbreght sterft in 1827(22) op 86-jarige leeftijd. Hij laat een collectie van “ijzerwaren, fysieke en wiskundige instrumenten” na, die wordt verkocht in april 1828 en juli 1829. Er is geen enkele vermelding van de klok in deze verkoop, die in de Brusselse dagbladen wordt geadverteerd.

Waarschijnlijk was de klok al eigendom van de cartograaf Philippe Vandermaelen(1795-1869), die ze vermoedelijk bewaarde in zijn herenhuis op de Gentsesteenweg.(23)

Ze werd verkocht in 1880 bij de openbare verkoop van de collecties van het Geografisch Museum in Brussel. (24) Vanaf dan raken we het spoor bijster.

Op 21 april 1903 wandelt de Brusselaar Jean Vanderborght(1860-1926), beroepsbrouwer, maar ook gepassioneerd archeoloog(25), rond in het centrum van het oude Brussel en ontdekt er in een veilingzaal in de Jonkersstraat, vlakbij de huidige Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele, per toeval een opslagplaats met allerlei objecten: in grote gevlochten manden op de grond bevinden zich raderwerk, assen, vreemde wijzerplaten en oude handgeschreven plannen; dat alles naast een lang en pretentieloos soort dressoir dat het werk ondersteunt. Als liefhebber koopt hij alles dadelijk op. Jarenlang werkt de archeoloog-brouwer, op basis van de plannen van Michel Ghiesbreght, aan de restauratie van de klok, die in 1910 weer operationeel wordt. Tot 1921 staat de klok in het aangrenzende herenhuis uit de XVIIe eeuw, Anderlechtstraat, brouwerij Vanderborght, voordat ze wordt overgebracht naar het familiekasteel van Ruckelinghen, in Sint-Pieters-Leeuw. Ondanks de vernielingen tijdens de verschillende militaire bezettingen van dit pand tussen 1939 en 1945 blijft het essentiële deel van de klok bewaard, voordat ze in 1952 via nalatenschap van Jean Vanderborght wordt opgeslagen in het Museum van de stad Brussel (Broodhuis). Na in 1967 via erfenis te zijn nagelaten aan Paul Raymakers, kleinzoon van Jean Vanderborght, wordt ze in 2000 teruggetrokken(27) uit voornoemd museum en door hem aangeboden aan de stichting die zijn naam draagt.